Leerlingbegeleiding

Wij willen een leerlinggerichte school zijn en maken zeer bewust de keuze om van de zorg voor elke leerling een prioriteit te maken. De school wil aan elke leerling gelijke kansen bieden op een kwaliteitsvolle vorming en opleiding. Ze schept een gunstig pedagogisch klimaat zodat iedere leerling zich goed kan voelen op school. Dit welbevinden vormt de voedingsbodem voor leer- en groeikansen. Leerlingbegeleiding is een zaak van de hele school en van ieder lid van het schoolteam, met specifieke verantwoordelijkheden voor een aantal actoren.

Elke leerkracht is een leerlingbegeleider en heeft oog voor de zorg van elke leerling vanuit zijn/haar vak én vanuit zijn/haar functie als opvoeder.

De dagdagelijkse opvolging van een klas is in handen van de titularis. Hij/zij is verantwoordelijk voor de eerstelijnszorg. Binnen het normale klas- en schoolgebeuren krijgen de meeste leerlingen op deze manier voldoende kansen. Sommige leerlingen hebben om uiteenlopende redenen bijzondere noden. De school wil voor deze leerlingen met specifieke noden de zorg opnemen binnen de grenzen van haar draagkracht. Hiervoor investeert de school in bijkomende leerlingbegeleiding (tweedelijnszorg). De doelstelling van deze extra ondersteuning is maximale leer- en groeikansen bieden.

Leerlingbegeleiding is er steeds op gericht de zelfredzaamheid van leerlingen op het vlak van de verschillende aspecten waarvoor zij extra ondersteuning nodig hebben, te verhogen. De school rekent hierbij op de medewerking en het engagement van de leerling en de ouders.

In sommige gevallen zal ondersteuning van het CLB of een externe organisatie noodzakelijk zijn om voor een optimale begeleiding te zorgen (derdelijnszorg). Overleg en communicatie met de school is hierbij noodzakelijk. De vraag om leerlingen extra te ondersteunen kan vanuit verschillende hoeken worden gesteld, m.n. vanuit de leerling zelf, ouders, titularis, vakleerkrachten, directie of CLB. De school is zich bewust van de grenzen aan het bieden van begeleiding en ondersteuning. Directie en leerlingbegeleiders zullen daarom op geregelde tijdstippen de aanpak van de leerlingbegeleiding op de school kritisch evalueren en het beleid vanuit de praktijkervaringen actualiseren.

Leerlingbegeleiding krijgt vorm vanuit twee kernopdrachten, namelijk preventie en remediëring. De preventieve opdracht bestaat erin acties te ondernemen zodat zoveel mogelijk jongeren zo goed mogelijk functioneren op school. Remediëring houdt de systematische begeleiding en opvolging rond specifieke probleemsituaties in.

Het begeleiden van leerlingen op school vindt plaats op verschillende domeinen.

Het 1ste domein betreft het leren en studeren van de leerlingen. Het gaat hier onder andere over de opvolging van gegevens uit evaluatie, leerproblemen, taalachterstand en studiebegeleiding.

Het 2de domein betreft gedragsmatige begeleiding van de leerlingen. Hier moet eerst een onderscheid gemaakt worden of het om een gedragsprobleem of een gedragsstoornis gaat, alvorens de opvolging te bepalen.

Randinformatie

Gedragsprobleem = niet iets wat je hebt meegekregen toen je geboren werd, maar heb je gekregen. Het staat meer buiten het kind, het is geen eigenschap. Er zijn problemen die ontstaan zijn in de omgeving van het kind (bijvoorbeeld (door omstandigheden) in het gezin of op school). Door die problemen verloopt nu de ontwikkeling minder goed. Het probleem is aan de situatie gebonden. Het gedragsprobleem wordt als het gevolg gezien van een oorzaak, bijvoorbeeld een trauma die het kind heeft ondergaan of een slechte opvoeding.

Behandeling

Bij de behandeling van gedragsproblemen is de beïnvloeding van buitenaf groter dan bij de stoornis. Hulp bestaat hier meer uit het begeleiden van de gezinnen in de opvoeding en het creëren van structuur, daarnaast kan individuele therapie of gesprekken een manier van behandelen zijn. Een voorbeeld van gedragsprobleem is een trauma.

Gedragsstoornis = als het probleem niet te verhelpen is en de persoon ermee moet leren omgaan. Een stoornis zit echt in het lichaam en is met de geboorte in de genen meegegeven. Het probleem van de stoornis zit in de aanleg en rijping/ontwikkeling van het zenuwstelsel. Dit heeft invloed op de ontwikkelingsfuncties.

Wanneer een kind een stoornis heeft reageert het niet zo positief en nieuwsgierig op nieuwe prikkels en dingen als normale kinderen. Ze kunnen niet goed tegen verandering en kunnen zich niet goed inleven in anderen en in sociale situaties. Door goede steun en opvoeding kun je ervoor zorgen dat de uitkomsten van een stoornis minder negatief zijn.

Behandeling

Het is belangrijk dat het kind bescherming geboden wordt en leert omgaan met de stoornis. De beïnvloeding van de ouders en de omgeving is echter beperkt. Voorbeelden van stoornissen zijn autisme, dyslexie en ODD.

Het 3de domein betreft de socio-emotionele begeleiding van de leerlingen. Het gaat hier over acties om het welbevinden bij de jongeren te verhogen, het begeleiden van

leerlingen die grensoverschrijdend gedrag stellen, spijbelproblemen, pestproblemen, … Bij het begin van het schooljaar wordt tijdens de onthaalweek een aantal activiteiten georganiseerd waarbij gewerkt wordt rond welbevinden, klassfeer en anti-pestplan.

De leerlingbegeleider werkt op verschillende niveaus.

Op schoolniveau

De leerlingbegeleider zorgt mee voor het ontwikkelen en implementeren van het leerlingenbeleid op school. De leerlingbegeleider werkt mee aan de actualisatie van het luik ‘leerlingbegeleiding’ in het schoolwerkplanen het schoolreglement.

De leerlingbegeleider werkt preventief door enerzijds te zorgen voor een goed leef–en leerklimaat op school (bijvoorbeeld via projecten: preventieprojecten rond agressie, drugs, pesten, cyberpesten, …) en anderzijds door te anticiperen op vragen van leerlingen, het differentiëren in de aanpak ervan en het optimaliseren van het didactisch handelen van de leerkracht.

De leerlingbegeleider werkt remediërend door op zoek te gaan naar een gepaste aanpak (op maat) wanneer er zich moeilijkheden/problemen voor doen bij leerlingen en/of eerkrachten.

De leerlingbegeleider maakt deel uit van de cel leerlingbegeleiding (= een structurele vorm van overleg waar er afspraken gemaakt worden op leerling-, leerkracht- en schoolniveau). Op de cel houdt men zich bezig met het ontwikkelen, begeleiden, coördineren en sturen van begeleidingsinitiatieven.

De leerlingbegeleider onderhoudt een efficiënte relatie met het CLB (informeren, consulteren, overleggen, samenwerken, …).

De leerlingenbegeleider verzorgt (in samenspraak met directie) de relaties met de derde lijnzorg en kijkt erop toe dat de afspraken die met deze instanties werden gemaakt ook worden nageleefd (contacten met time-out projecten en allerlei andere externe hulpverleningsdiensten).

De leerlingbegeleider maakt (in samenspraak met de directie) afspraken over de communicatie met de ouders/instellingen. De leerlingbegeleiding overlegt (dagelijks) met de directie over belangrijke en problematische dossiers.

Op leerkrachtenniveau

De leerlingbegeleider heeft dagelijks contact met de leerkrachten en met het ondersteunend personeel.

De leerlingbegeleider heeft een open houding ten aanzien van de collega’s en staat open voor vragen en problemen die zich kunnen stellen.

De leerlingbegeleider neemt –vanuit zijn eigen invalshoek – op een actieve en constructieve manier deel aan alle klassenraden, de voorbereiding hiervan en de opvolging.

De leerlingbegeleider zorgt ervoor dat alle relevante informatie bij de relevante personeelsleden terecht komt. (Onder ‘relevant’ moet worden verstaan: de informatie en personen die noodzakelijk zijn om de leerling te helpen bij zijn/haar problemen).

De leerlingbegeleider zal op basis van gemaakte analyses informatie vragen of advies geven aan collega’s in verband met een concreet probleem (luisteren, informeren, adviseren, feedback geven).

De leerlingbegeleider coacht en ondersteunt leerkrachten in hun begeleiding van leerlingen met specifieke zorgvragen.

De leerlingbegeleider observeert klassituaties in functie van een hulpvraag.

Op leerlingenniveau

De leerlingbegeleider is een (steeds bereikbaar en laagdrempelig) aanspreekpunt voor de leerlingen.

De leerlingbegeleider ondersteunt en begeleidt leerlingen met individuele zorgvragen, leer-en/of gedragsproblemen.

De leerlingenbegeleider zorgt ervoor dat de individuele dossiers die voortvloeien uit het opvolgen van (zorg)leerlingen adequaat worden bijgehouden en ziet toe op het respecteren van de wet op de privacy in dat verband.

De leerlingbegeleider ziet er op toe dat er voldoende follow-up is (opvolgen van de leerlingen en hun individuele dossiers)

Voor onze school staat het welbevinden van elke leerling centraal. Daarom vinden wij als school de begeleiding van de leerlingen zowel op sociaal en emotioneel vlak als studiegebied erg belangrijk. Wij willen onze leerlingen op succesvolle wijze doorheen hun schoolloopbaan loodsen zodat ze met de nodige bagage het verdere leven in kunnen stappen, richting hoger onderwijs of richting een eerste baan.

Aan de hand van de gegevens die de ouders bij de inschrijving via de zorgfiche bezorgen, worden gepaste initiatieven genomen opdat de leerling optimaal kan functioneren en studeren.

Basiszorg en –begeleiding start bij het dagdagelijkse werk dat onze leerkrachten leveren voor, tijdens en na de lessen in de klas maar ook de begeleiding van de vele werkgroepen en activiteiten voor de leerlingen. Elle klas wordt begeleidt door 2 leerkrachten.

Klastitularissen, vakleerkrachten en leerlingbegeleiders werken samen om onze leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden. Talrijke schooleigen initiatieven en acties ondersteunen de begeleiding van al onze leerlingen in het ontwikkelen van hun talenten, sociale vaardigheden en competenties verbonden aan hun studies.

De communicatie en betrokkenheid en samenwerking met onze ouders is cruciaal in het totale begeleidingsproces.

Voor leerlingen die, om uiteenlopende redenen, nood hebben aan extra begeleiding staan deskundige en ervaren leerlingbegeleiders klaar. Zij kunnen voor specifieke noden rekenen op een individueel begeleidingstraject met aangepaste ondersteuning.

Deze CEL leerlingbegeleiding bestaat uit de directeur, een medewerker van het CLB, twee leerlingbegeleiders uit het lerarenteam of secretariaatsmedewerker. Tijdens een wekelijks overleg bespreken zij de begeleiding van individuele leerlingen, volgen deze op en sturen bij waar nodig.