GOK

GOK = Gelijke Onderwijskansen

Visietekst GOK cyclus 2011 – 2014 KTA Brakel

GOK nieuwsbrief 1

GOK nieuwsbrief 2

Het  decreet Gelijke Onderwijskansen (GOK) zag het levenslicht in september 2002. Dit geïntegreerd ondersteuningaanbod wil alle kinderen dezelfde optimale mogelijkheden bieden om te leren en zich te ontwikkelen. Dit decreet wil tegelijk uitsluiting, sociale scheiding en discriminatie  tegengaan en heeft daarom speciale aandacht voor kinderen uit kansarme milieus.

Het beleid Gelijke Onderwijskansen bestaat uit drie onderdelen:

  • Inschrijvingsrecht (GOK I): het recht op inschrijving van een kind in een school naar keuze en de wijze waarop dit recht wordt verzekerd.
  • Zorg (GOK II): een geïntegreerd ondersteuningsaanbod dat de scholen toelaat een zorgbrede werking te ontwikkelen gericht op kansarme kinderen.
  • Maatwerk in samenspraak (GOK III)

Tienkamp voor gelijke onderwijskansen

Het Vlaamse onderwijs gooit internationaal hoge ogen. Maar de kloof tussen de  sterke en de zwakkere leerlingen is nergens zo groot. Daarom staat het  onderwijsbeleid in het teken van gelijke kansen op  topkwaliteit.

Om dat te realiseren investeert de overheid in meer succes op elke sport van  de onderwijsladder:

  • succes met allochtone kleuters
  • succes met leerlingen in lager en secundair onderwijs
  • succes met studenten in hogescholen en aan universiteiten.

En dat liefst allemaal tegelijk, want enkel dat brengt de realisatie van onze  maatschappelijke doelstelling dichterbij: gelijke kansen op uitstekend onderwijs  voor álle Vlamingen. In een cultuur van ondersteuning en inspanning gedijen deze  gelijke kansen het best.

Het beeld van een tienkamp met het hele onderwijs kan dat verduidelijken.

TIENKAMP VOOR GELIJKE ONDERWIJSKANSEN

  1. Baseer de hele financiering van het onderwijs van laag tot hoog op die maatschappelijke doelstelling.
  2. Vraag onderwijsinstellingen om inspanningen én resultaten te leveren: centen zijn een voorwaarde, wat telt is de aanpak.
  3. Zorg ervoor dat méér kleine kleuters in kleinere klassen zitten, en verplicht minstens één jaar in een Vlaamse kleuterklas.
  4. Creëer ouderbetrokkenheid: geef ook ouders een warm welkom op school, maar eis tegelijk een minimale contactbereidheid. Schakel basiseducatie en volwassenenonderwijs in als dat contact op taalbarrières botst.
  5. Peil de taal: organiseer taaltoetsen, zowel bij scharniermomenten in de schoolloopbaan, als bij een overstap van de ene naar de andere school.
  6. Breng de taal op peil: vraag aan elke school een taalbeleid waarin elke leerkracht een rol speelt.
  7. Overtuig jongeren én hun ouders van een goede en tijdige studiekeuze, begeleid hen daarbij en zet alle experts in, in de eerste plaats de CLB’s. Bestrijd ondoordachte overgangen en shopping.
  8. Leg de lat geleidelijk hoger: vermijd dat mensen meteen onmogelijk hoog willen of moeten springen (bijv. van bso naar hoger onderwijs). Zeg niet dat iederéén naar de universiteit moet of de hogeschool moet. Bouw in het hoger onderwijs ook een tussenniveau uit tussen secundair en bachelor/master.
  9. Leer van elkaars ervaringen, verspreid goede voorbeelden en veranker positieve experimenten structureel in de dagelijkse werking. Daarvoor zal vanaf volgend jaar het Aanmoedigingsfonds in het hoger onderwijs dienen.
  10. Bestrijd vooroordelen en discriminatie op de arbeidsmarkt. Anders staan alle resultaten van de andere nummers op de helling.